Waarom naar de trimsalon?

In feite is voor bijna iedere hond een regelmatig bezoek aan de trimsalon aan te raden. Ook kruisingen en kortharige honden kunnen verschrikkelijk verharen! Afhankelijk van de vacht van de hond, houdt trimmen in: scheren, knippen, uitdunnen, plukken, strippen, wassen, kammen en/of borstelen.

Bouviers, Schnauzers, de meeste terriër rassen en alle overige ruwharige honden worden geplukt. Dat wil zeggen dat de bovenste dode haar laag met de hand of met een trim mes verwijderd wordt, zodat de nieuwe vacht alle ruimte krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Wanneer u dit niet zou doen loopt u het risico dat uw hond jeukklachten krijgt, zich gaat stukbijten en bij de dierenarts terechtkomt.

Spaniëls, Setters, Retrievers etc. worden met een speciaal getande schaar uitgedund en gemodelleerd in het model dat bij het ras hoort of dat u wenst.

Shih-tzu en Maltezer vachten worden met een speciaal getande schaar of desgewenst met een tondeuse in het model getrimd dat u wenst.

Poedels en honden met hetzelfde vachttype worden geschoren en/ of geknipt in elk gewenst model.

Denk niet dat trimmen onnatuurlijk is, maar bedenk dat er geen honden in de natuur voorkomen. Ook hoort bij een trimbeurt het schoonmaken van de oren, knippen van de nagels en eventueel het verwijderen van vlooien en teken.



Wat gebeurt er met Uw hond in de trimsalon?


Wanneer u uw hond naar een trimsalon brengt, blijft de hond enkele uren in de trimsalon. De behandelingsduur is afhankelijk van het soort behandeling, de grootte van de hond en de staat waarin de vacht verkeert.

Na binnenkomst zal ik eerst met U bespreken wat Uw wensen zijn, en of dit natuurlijk ook aansluit bij de vachttype van Uw hond. Tevens wordt de staat van de vacht van Uw hond beoordeeld. (denk hierbij aan eventuele klitten).

De eerste keer dat uw hond op tafel staat zal even vreemd zijn, maar dat went snel. Het is opvallend hoe rustig de meeste honden zich laten behandelen en genieten van alle aandacht die ze krijgen. Eerst worden de nagels geknipt en de oren (indien nodig) gereinigd. Daarna zal u hond bad in gaan, waarna hij met een föhn weer gedroogd wordt. Wanneer de vacht geheel droog is, kan de hond verder worden afgewerkt en in het model worden gebracht dat van te voren met U afgesproken is. Inmiddels zijn we een paar uurtjes verder en na een telefoontje van ons, kunt U Uw lieve viervoeter weer komen halen.

Na het trimmen kan het zijn dat uw hond zich een beetje “vreemd” gedraagt, zoals springen, met de kop schudden en zijn lichaam besnuffelen. Dit is te vergelijken met iemand die zijn haar pas heel kort heeft laten knippen. Uw hond moet ook wennen aan zijn nieuwe uiterlijk en aan het “gevoel”. Dit kan voornamelijk bij honden voorkomen die van een lange vacht naar een (zeer) korte coupe gaan, dit in verband met bijvoorbeeld vervilting van de vacht, wanneer borstelen geen mogelijkheid meer is, maar zeker niet iedere hond heeft hier hier last van.

En…u vergeet natuurlijk niet uw hond te vertellen hoe mooi hij geworden is!



Hoe vaak naar de trimsalon?


Hoe vaak een hond moet worden getrimd is heel verschillend en afhankelijk van de vacht. Maar om u toch een idee te geven:

  • Poedelvachten om de 3 maanden
  • Maltezer/ Shih-tzu vachten om de 8 à 10 weken.
  • Ruwharige vachten om de 3 à 4 maanden
  • Spaniël vachten om de 3 à 4 maanden

 


Als u bedenkt hoeveel uren er aan uw hond gewerkt wordt, zal de prijs van het trimmen niet tegenvallen! Om tenslotte nog een sprookje de wereld uit te helpen: uw hond wordt bij een vakkundige trimmer niet verdoofd! Uw hond kan wel moe zijn na een trimbeurt.



In de winter naar de trimsalon


Ook in de winter is het belangrijk om Uw hond te laten trimmen. Vaak horen we in de trimsalon dat men in de wintermaanden de hond liever niet wil laten trimmen omdat de hond het koud zou kunnen krijgen. Dit is echter een verkeerde opvatting.

Honden kunnen beter tegen de kou dan tegen vocht! Door regen, sneeuw en koude dampen blijven er vochtdruppels achter op een hondenvacht en een lange vacht gaat dan juist sneller klitten. Dan heeft deze dus meer verzorging nodig. Tevens blijft een lange vacht langer vochtig en dat is niet goed voor het lichaam van de hond. Van een lange(re) natte vacht krijgt een hond het pas koud. Net als de mens kan een hond dus eigenlijk beter tegen kou dan tegen vocht. Na het trimmen is de vacht misschien dan wel kort(er), maar het bied zeker nog steeds bescherming tegen de kou. Denk hierbij ook aan kortharige honden . De vacht wordt veel sneller droog en de hond zal het daarom met een korte vacht minder lang koud hebben, wanneer hij toch nat wordt. Een vacht die schoon en zonder klitten is, zal ook veel makkelijker opdrogen. Een natte hond met kort(er) haar wrijf je ook met een groter gemak even droog.


Ongedierte


Een veel voorkomend probleem bij huisdieren is de aanwezigheid van vlooien. De aanwezigheid van deze kleine bruine, zijdelings afgeplatte, diertjes leidt vaak tot heftige jeuk en krabben bij uw huisdier. Het is niet altijd even makkelijk om een vlooienbesmetting vast te stellen. Vooral bij dicht behaarde of langharige dieren zijn deze kleine watervlugge insecten moeilijk te vinden. Bovendien leven vlooien niet op dieren, ze eten er alleen maar. Nadat ze hun buik vol hebben verdwijnen ze snel naar de omgeving van uw huisdier, in de meeste gevallen uw huis. Uit onderzoek is gebleken dat 99% van de vlooien in de omgeving zitten en slechts 1 % op uw huisdier. De vlo die u bij uw dier ziet is dus het topje van de ijsberg!! U kunt daarom beter uit kijken naar de aanwezigheid van vlooienpoepjes: kleine zwart-bruine korreltjes die zich tussen de haren bevinden.

Er komen twee soorten vlooien voor namelijk de hondenvlo en de kattenvlo. Hiervan komt de kattenvlo veruit het meeste voor, ook bij honden. Om zich te kunnen voortplanten heeft de vlo een bloedmaaltijd nodig. Hierna legt de vlo enige tientallen tot honderden eitjes, die in de directe omgeving van uw huisdier (uw huiskamer) op de grond vallen. Na 6-8 weken, bij warm weer veel sneller, hebben zich uit de vlooieneitjes weer nieuwe vlooien ontwikkeld. Deze zoeken weer een nieuwe gastheer op. Vooral na vakanties kan dit op grote schaal gebeuren (vlooienplaag!). Aangezien de eieren ook in huis liggen kunnen onze dieren ook midden in de winter vlooien krijgen.

Om aan bloed te komen bijt de vlo een klein bloedvat aan en zuigt het hieruit stromende bloed op. Om te voorkomen dat dit bloed gelijk stolt spuit de vlo een klein beetje speeksel in de huid. Dit speeksel bevat een eiwit dat de bloedstolling remt. Sommige dieren vertonen echter een allergie voor vlooienspeeksel. Eén vlooienbeet kan dan al veroorzaken dat het dier zich gedurende 5-7 dagen geen raad weet van de jeuk. Honden bijten dan het achterste gedeelte van hun rug open, vaak tot bloedens toe. Later vertoont dit deel van de rug kale plekken. Bij de kat zijn vaak over de hele rug tientallen kleine bultjes en korstjes te voelen. Het achterste gedeelte van de rug kan kale plekken vertonen. Het voortdurend likken en bijten van de vacht leidt soms tot de vorming van haarballen in de maag en tot braken met de kans op vermagering. Deze vorm van allergiesymptomen (overgevoeligheid) kan zowel bij de hond als bij de kat snel en effectief worden bestreden. Daarbij moeten de vlooien afdoende, grondig en langdurig, worden bestreden.

Voor de bestrijding van de lintwormen is dan ook naast het ontwormen, het van het grootste belang dat de VLOOIEN bestreden worden. Deze zorgen steeds weer voor een nieuwe besmetting. U merkt dit doordat de lintwormen na 3-5 weken weer terug lijken te komen.

Voor de bestrijding van vlooien staan ons vele middelen ter beschikking. Hiervan zijn er maar enkele afdoende. Bij langharige honden zijn druppels of tabletten met een insecticide geschikt als effectief bestrijdingsmiddel. Uitsluitend bij kortharige honden kunnen ook vlooienbanden worden gebruikt . Ook zijn er de spray’s op pyrethrine basis, deze worden op de vacht van de hond gespoten en bieden 2 maanden bescherming. Ze zijn effectief, milieuvriendelijker, veilig voor warmbloedige dieren en niet duur in gebruik. Als laatste kan men tabletten gebruiken met een groeiremmer erin (Program), deze stof heeft geen effect op de volwassen vlo, maar verhindert het uitkomen van de eieren. Hierdoor sterven de vlooien binnen enkele maanden uit. Bij grote hoeveelheden vlooien is het verstandig om dit middel de eerste maanden te combineren met een middel tegen de volwassen vlo. Jonge dieren, tot 3 maanden, kunnen 1 keer per week worden ingepoederd met vlooienpoeder. Biobandjes, homeopathische vlooiendruppels en halsbandzendertjes hebben helaas geen aantoonbaar effect op de vlooien. Shampoo’s, sprays en poeders zijn alleen geschikt als aanvullend middel bij de bestrijding van vlooien, omdat ze slechts kort werken en dus niet 100% afdoende zijn. Voor een effectieve bestrijding dient U ook de ligplaatsen van uw huisdier alsmede de directe omgeving te behandelen als ook goed te stofzuigen. Hiervoor zijn tegenwoordig goede middelen beschikbaar. Nieuw en zeer effectief zijn spuitbussen met zogeheten groeiremmers, deze pakken niet alleen de vlooien en hun larven aan, maar gaan ook het uitkomen van de eieren tegen. Een extra voordeel is dat niet zo vaak gespoten hoeft te worden, één keer per 3 maanden is voldoende.

Zowel bij de hond als ook bij de kat wordt de meest voorkomende lintworm overgebracht door vlooien. De met lintwormlarven besmette vlooien worden bij het verzorgen van de vacht door uw huisdier gevangen en opgegeten. In de darm komen deze lintwormlarfjes bij vertering van de vlo vrij en groeien dan uit tot volwassen lintwormen. Van deze lintwormen treffen we de losgelaten segmenten, als rijstekorrel grote witte stukjes, aan op de ontlasting. De lintwormen zijn goed te bestrijden met lintwormtabletten. Om te voorkomen dat de lintwormen telkens terugkeren, dienen echter ook de vlooien te worden aangepakt. Lintwormbestrijding zonder een afdoende vlooienbestrijding is dan ook niet goed mogelijk.

Heeft uw dier last van vlooien, pak het grondig aan. Behandel het dier en zijn omgeving. Gebruik middelen die effectief en veilig zijn (o.a. voor kinderen). Komt u er niet meer uit, neem dan contact op. Misschien kunnen we samen een oplossing vinden.